woensdag 11 mei 2011

Hoezo, scherven brengen geluk?

Als een soort detective achterhaalde ik vandaag wat er zich had afgespeeld in onze achtertuin. Dat er uberhaubt iets was gebeurd was mij in eerste instantie ontgaan, maar langzaam aan vielen de puzzelstukjes op de plaats en ontstond er een verhaal.

Mijn eerste clue was een diepe snee in het been van S. Ik wilde de meisjes voor de lunch in bad doen. Het was hard nodig. Ze hadden buiten gespeeld en waren erg vies. S. had rondgekropen, bruine knieën en zelfs een gat in haar -gelukkig oude- legging gekropen.

We gingen naar boven en terwijl het warme water het bad in stroomde trokken we de kleren van de meisjes uit. Bij het zien van de snee schrok ik even. Wat? Zo'n diepe snee? Hoe heb ik dat gemist? Wat is er gebeurd? Wanneer? En hoe?

Op dat moment begon mijn onderzoek.
Een flashback bracht me terug naar de tuin. De meisjes speelden buiten en S. begon te huilen. In een halve seconden scande ik de situatie en zag iig dat E. op een dusdanige afstand stond dat zij niet de oorzaak was van deze schreeuw om hulp. S. zat op het gras en hield het kruiwagentje vast. Ik trok te conclusie dat ze niet had kunnen blijven staan met haar wagentje.

Terug in de realiteit bedacht ik me dat ze zich op dat moment waarschijnlijk had bezeerd. De vraag was nog steeds waaraan? Zulke scherpe dingen bewaren we toch niet in de tuin?

Ik badderde de meisjes en piekerde nog even verder. Terug beneden zette ik de meisjes aan de lunch en ging toch eens een kijkje nemen in de tuin. Daar vond ik op de plek waar ze met haar kruiwagentje in het gras was geland een enorm stuk glas. Terug naar binnen viel mijn oog ineens op het bloedspoor in de keuken (kruipspoor van achterdeur tot woonkamer).

Op dat glas was ze ongetwijfeld gevallen. Maar hoe kwam het er? Het was me nog steeds een raadsel. Het leek niet op onze drinkglazen.

Later op de middag ging ik opnieuw op onderzoek uit. Achter het speelhuisje van de kinderen vond ik een stapeltje glasscherven en daartussen een hoopje bindertjes (om de klimplant vast te maken). Okee, nu ging er een lichtje branden. Deze bindertjes hadden in het glazen potje bij de klimplant gestaan.

Maar de vraag bleef, hoe kwam dat potje kapot achter het speelhuisje? Een blik omhoog en ik had een antwoord op mijn vraag. Op het kookplaatje van het speelhuisje stond de helft van het kapotte potje. Het (halve) potje stond op de vastgedraaide deksel, de scherpe glaspunten staken omhoog en de onderkant lag er dus naast op de grond.

Voor mijn ogen zag ik hoe het gegaan was. E. had het potje gevonden en was er mee gaan spelen in het huisje. Het potje viel uit het keukentje achter het huisje. Stuk. Ze probeerde er een deel van terug te zetten, met succes. De rest bleef liggen. S. vond een mooi stuk glas en nam het mee. Toen ze op haar route struikelde landde ze op het glas.
Een snee in haar been een kapotte legging en bruine vlek tot gevolg.

Toen de meisjes wakker waren heb ik voorzichtig navraag gedaan bij de enige getuige, E.. En jawel. Het verhaal klopte.

Gelukkig zit de snee netjes dicht en heeft ze er geen last van.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten